Annelies Kappers heeft als taalcoördinator van het Joke Smit College in Amsterdam een training Observeren en feedback geven (onder leiding van het APS) georganiseerd. Op de locatie Joke Smit van het ROC Amsterdam (mavo/havo/vwo voor volwassenen) wordt al een aantal jaren aan taalbeleid gewerkt. Dat is niet verwonderlijk gezien het grote aantal meertalige cursisten, het hoge lestempo en de hoeveelheid lesstof die de cursisten veelal zelfstandig verwerken. Pogingen om docenten bij elkaar in de klas te laten kijken, leverden tot vorig jaar weinig op. Daarom is dit jaar deze training aan het team gepresenteerd in het kader van taalbeleid. Als aandachtspunt van de lesobservaties is namelijk gekozen voor de aanpak van lastige vragen en opdrachten, als voorbereiding op het centraal schriftelijk examen. Het doel van de cursus is
– de samenwerking tussen docenten te bevorderen.
– ernaartoe werken dat docenten over een aantal jaren regelmatig bij elkaar in de klas kijken en van elkaar leren.
Werkwijze
Voor alle docenten is een bijeenkomst georganiseerd waarop doel en aanpak van de training werden uitgelegd.
Op basis van vrijwilligheid hebben twintig docenten vervolgens deelgenomen aan de cursus, waarin ze leerden observeren en feedback geven. Aanvankelijk werd gewerkt met video-opnames van onbekende docenten, later met opnames die op de school van de deelnemende docenten werden gemaakt. In totaal zijn er zeven bijeenkomsten geweest. Uiteindelijk hebben dertien van de twintig docenten de cursus afgemaakt.
Koppels van docenten hebben elkaar in de klas geobserveerd. Hierbij werd vooral gekeken naar de wijze waarop examenvragen werden behandeld. Na de observatie werd feedback gegeven. De docenten die zijn overgebleven in het traject hebben dit als erg zinvol ervaren. Volgend schooljaar gaan de docenten hiermee verder en ze hopen de groep met enkele nieuwelingen aan te vullen.
Leer- en knelpunten
· Elkaar observeren zien docenten vaak als een bedreiging. Als ze echter eenmaal over de streep zijn, zeggen ze er veel van te leren.
· Voor het eerst ervaren docenten aandacht voor hun dagelijkse werk; er is eindelijk aandacht voor het gewone werk.
· Vooral gefrustreerde docenten hebben veel aan deze aanpak en worden erdoor gemotiveerd, omdat ze ervaren dat ze er niet alleen voor staan en steun van hun collega’s krijgen.
· De aanpak hoeft niet gekoppeld te zijn aan taalbeleid. Op deze school is het aandachtspunt, lastige vragen en opdrachten, een onderdeel van het taalbeleid. Maar ook andere aspecten van het lesgeven kunnen via een cursus Observeren en feedback geven aangepakt worden.
· Het management moet een aanpak waarbij docenten elkaar observeren:
o stimuleren en zelf het goede voorbeeld geven (bijvoorbeeld door aanwezig te zijn bij docentenbijeenkomsten, te weten waar het over gaat, het onderwerp te maken van functioneringsgesprekken);
o mogelijk maken door tijd beschikbaar te stellen en dit ook roostertechnisch mogelijk te maken;
o op een motiverende manier onder de aandacht brengen van docenten.
· Het moet niet gaan om het observeren op zichzelf. Een betere ingang is het voor- en nabespreken van een les, bijvoorbeeld als het gaat om:
o het omgaan met (een) moeilijke leerling tijdens de les;
o het uitproberen van iets nieuws.
· Voor leerlingen is het goed dat ze zien dat docenten aan hun ontwikkeling werken.
· De aanpak werkt alleen als docenten willen leren.