Onderzoek naar taken voor het in interactie ontwikkelen van historische kennis
Jannet van Drie, Capaciteitsgroep Onderwijskunde, Universiteit van Utrecht vertelt over haar onderzoek waarin interactieprocessen centraal staan tussen leerlingen die samen werken aan een computerondersteunde onderzoeksopdracht voor het schoolvak geschiedenis.

 InleidingCentraal in dit onderzoek staan interactieprocessen tussen leerlingen die samen werken aan een computerondersteunde onderzoeksopdracht voor het schoolvak geschiedenis. Met dit onderzoek probeert Jannet van Drie meer inzicht te verkrijgen in de interactieprocessen die bijdragen aan het leren bij geschiedenis en de kenmerken van opdrachten die deze interactieprocessen ontlokken en ondersteunen.In de presentatie wordt ingaan op kenmerken van productieve interactie en op de invloed van een aantal taakkenmerken (als vraagstelling en het gebruik van schema's) op de interactie. PresentatieWat is goede/productieve interactie? En hoe ontlok je die interactie door de vraagstelling of opdracht in een computer leeromgeving? Deze vragen staan centraal in de presentatie van Jannet van Drie. Zij liet daartoe leerlingen uit 5-vwo samenwerkend leren tijdens een praktische opdracht. Ze moesten historisch onderzoek doen op basis van bronnenmateriaal en vervolgens een tekst schrijven van 1000 woorden. Voorwaarden voor productieve interactieJannet benoemt drie voorwaarden voor productieve interactie:Gebruik vakspecifieke begrippen. Dat kan zowel een woord als farao zijn, als een methodisch woord als oorzaak of gevolg.Elaboratie: een antwoord als `ja’ of `nee’ is uiteraard niet genoeg om te spreken over productieve interactie. Het is belangrijk dat de leerlingen uitweiden, bijvoorbeeld doordat ze een mening ondersteunen door argumenten. Of doordat ze in een (mondeling) conflict komen, waardoor er discussie ontstaat. Of doordat leerlingen waaromvragen stellen.Co-constructie: hierbij dragen leerlingen evenredig bij aan de redenering. Een chatgesprek tussen twee leerlingen kan dit verduidelijken:Paula:               Maar wat is onze mening?Wendy: Wat is jouw mening om te beginnen?Paula:               De jaren ’60 waren wel revolutionair.Wendy:             Waarom?Paula:               Omdat de gevolgen nu nog steeds te merken zijn.Wendy:             Okay, dat is waar.Paula:               Maar het begon al in de jaren ’50.Wendy: Dat klopt ook wel, maar dat heeft weinig te maken met de revolutionairheid, dus de zestiger jaren waren wel revolutionair?Paula:               Als jij dat ook vindt.Wendy: Ja, dat vind ik ook hoor.Paula:               OkayWendy: Welke argumenten voor gaan we gebruiken?Paula:               Dat jongeren een groep werden en dat ze een eigen mening hadden.Wendy: De ontzuiling zette zich sterk voort.Paula:               Ja, en de consumptiemaatschappij ontstond.Wendy: Men begon soepeler te denken over sex, wat voor de jongeren een grotere vrijheid betekende.Paula:   Ja, en de jongeren hadden sowieso meer vrijheid door financiële onafhankelijkheid. Daardoor konden ze eerder het huis uit en waren ze onafhankelijker van hun ouders. Interactie uitlokkenIn haar onderzoek gebruikte Jannet het 'chatten' om interactie te ontlokken. Dat kan ook op een andere manier natuurlijk. Voordeel ervan is dat het niet vervliegt. De leerlingen moeten heel expliciet zijn. Uit de resultaten bleek dat de leerlingen wel van de opdracht hebben geleerd. Ze vinden de manier van werken achter de computer leuk, maar zijn verdeeld over het chatten. Voor sommigen werkt het afleidend, voor anderen structurerend. De 'chat' wordt met name gebruikt om het (schrijf- en onderzoeks)proces te coördineren en niet zozeer voor het historische redeneren. Verklarende of evaluerende vragen?Interessant is natuurlijk: welk type vraag levert de meeste interactie op?Een voorbeeld van een verklarende vraag: ‘hoe kunnen de veranderingen in het gedrag van de jeugd in de jaren vijftig en zestig verklaard worden?’En een evaluatieve vraag: ‘waren de jaren zestig revolutionair als je kijkt naar veranderingen in het gedrag van de jeugd?’Het bleek dat het laatste type vragen, de evaluatieve dus, de meest productieve interactie oplevert.  VervolgonderzoekWie weet kan Jannet ons een volgende keer meer vertellen over het rendement van schema’s, want in een vervolgexperiment gaat zij bekijken welke vorm van schematische ondersteuning het meeste effect heeft.