Samen taalgerichte lessen maken in de Taalwerkplaats
Regine Bots, CED-groep, Het Projectbureau, Rotterdam & Bert de Vos, APS, Utrecht gaan in een workshop met docenten concreet aan de slag met het maken van een of meer taalgerichte lessen.

Samen taalgerichte lessen maken in de Taalwerkplaats

Regine Bots, CED-groep, Het Projectbureau, Rotterdam & Bert de Vos, APS, Utrecht

 

Inleiding

In deze workshop gaan we concreet aan de slag met het maken van een of meer taalgerichte lessen. We doen dit in een ruimte die voor de gelegenheid ingericht was als een Taalwerkplaats. In deze Taalwerkplaats vindt u allerlei materialen die gebruikt en/of geraadpleegd konden worden bij het maken van de les(senserie), rond de drie belangrijkste kenmerken van taalgericht vakonderwijs: contextrijk, interactief, met taalsteun. Ook zijn er methodes aanwezig voor verschillende schooltypes en vakken, en voorbeelden van taalgerichte lessenseries.

Aan de hand van een ‘scoringsformulier taalgericht vakonderwijs’ bekijkt u eerst een eigen methode of die van een vakcollega, dan wel een van de in de Taalwerkplaats aanwezige methodes. Een hoofdstuk, onderdeel of thema hieruit wordt vervolgens taalgericht(er) gemaakt Bij voorkeur worden onderwerpen gekozen uit eigen vakgebied die ook echt binnenkort behandelt gaan worden. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt in koppels van vakdocenten - docenten Nederlands.

De deelnemers bekijken en beoordelen hierna elkaars lesopzetten. Ze doen dit ook weer aan de hand van de drie kenmerken: contextrijk, interactief, met taalsteun.

Tenslotte wordt teruggekeken op deze manier van werken, in de Taalwerkplaats. Is dat misschien ook iets voor uw eigen school?

 

Aanvang rondetafelgesprek

Deze workshop wordt gehouden in een van de ruime zalen, want -zo werd in de inleiding al duidelijk- voor een taalwerkplaats heb je ruimte nodig. Om een wat duidelijker beeld te krijgen somt Bert de Vos een aantal kenmerken op van een taalwerkplaats:

In een taalwerkplaats:

  • ontwerp je samen lessen
  • bereid je je voor op het geven van lessen
  • werk je vanuit concepten van taalgericht vakonderwijs
  • probeer je (delen) van lessen uit
  • breng je ervaringen in met lessen en lesbezoeken
  • bereid je je voor op het verstrekken van informatie aan collega’s.

Een taalwerkplaats is dus eigenlijk een onderwijswerkplaats, met taalgericht vakonderwijs als invalshoek. Met een centrale werktafel, een informatiehoek, een hoek met lesvoorbeelden, een hoek met leerlingenmaterialen. Maar ook een uitprobeerhoek, waarin kleine stukjes les kunnen worden uitgeprobeerd. Regine Bots doet vervolgens uit de doeken hoe die invalshoek van taalgericht vakonderwijs zijn uitgewerkt. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de drie pijlers van taalgericht vakonderwijs: context, taalsteun en interactie. Per pijler is er een tafel met daarop ideeën hoe deze uit te werken in lesmateriaal. Daarnaast zijn er ook lesvoorbeelden en videofragmenten beschikbaar. (zie ook de plattegrond, bijlage 10)

 

Bij de pijler 'context' liggen bijvoorbeeld tips over woordposters, woordvelden, bookmap en andere werkvormen die pasten bij het aanbrengen van context in het lesmateriaal.

Bij taalsteun liggen voorbeelden van schrijfkaders, stappenplannen, zelfevaluatie-formulieren en sleutelschema’s. Bij interactie ten slotte liggen onder andere taalspellen en activerende samenwerkstructuren.

 

Taalgerichte lessen

Hierna gaan de deelnemers in tweetallen aan de slag om een taalgerichte les(senserie) te maken. Hier komen veel leuke ideeën uit voort. Een docent economie werkte bijvoorbeeld samen met een docente Nederlands. Het startpunt was 'kostprijsberekening'. Daarbij bedachten zij de organisatie van een 'high tea', waarvoor de leerlingen uiteraard de ingrediënten moesten inkopen en een kostprijsberekening moesten maken. Maar ook: (schriftelijk) een budget aanvragen, uitnodigingen verzorgen, bedienen en een sfeerimpressie voor de schoolkrant maken.

Een mooi voorbeeld van taalgericht vakonderwijs en van integratie van vakken.

 

Conclusies

We concluderen in de themagroep dat een taalwerkplaats een goede plek is om met elkaar in gesprek te komen en elkaar te helpen bij het ontwikkelen van lessen.

Iedereen vindt het zeer de moeite waard.

We constateren ook dat de door ons gereserveerde grote ruimte nog niet goed is gebruikt. Iedereen ging snel aan de slag, maar tijdens het werken werden de bronmaterialen maar weinig geraadpleegd. Waarschijnlijk is voor de introductie van deze materialen toch meer tijd en aandacht nodig. Een taalwerkplaats moet je opbouwen en langzaam vullen. Je zou kunnen denken aan drie werkplaatsen per schooljaar. De eerste keer begin je met de pijler `context’ en de volgende bijeenkomsten neem je er steeds eentje bij. Ook is het belangrijk om tijdslimieten aan de opdrachten te geven en mensen expliciet aan te moedigen om een bepaalde zoekvraag te formuleren, vervolgens op zoek te gaan naar het antwoord en natuurlijk de conclusies te verwerken in de lessenserie. Al met al genoeg inspiratie om het concept `taalwerkplaats’ volgend jaar op verschillende scholen verder uit te werken!