InleidingWat zijn competenties? Wat betekent competentiegericht onderwijs? Hoe toets je competentiegericht? En hoe verhoudt taalgericht vakonderwijs zich tot deze ontwikkelingen?Aan de hand van een concrete opdracht gaan we in de themagroep aan de slag om bovenstaande vragen te beantwoorden. En met behulp van concrete voorbeelden uit het VMBO en de ROC, ben je na afloop vertrouwd geraakt met het competentiedenken en kun je het gesprek aan over hoe taal en competenties samen getoetst kunnen worden. Competenties en toetsingDenken in competenties is steeds gebruikelijker. Van oudsher komt het denken vooral voort uit het nadenken over 'lifelonglearning' en 'employability'. Maar nu vindt het ook z'n weg in het onderwijs. Met name in het beroepsonderwijs staat een beschrijving van kwalificaties in termen van competenties voor de deur of is al binnen. Het ICT-onderwijs start met ingang van het schooljaar 2003-2004 met een competentiegerichte kwalificatiestructuur. Reden om in de themagroep eens uitgebreid stil te staan bij deze ontwikkelingen. Welke kansen en mogelijkheden biedt het competentiegericht onderwijs voor taalonderwijs en voor taalgericht vakonderwijs? Doel themagroepIn de themagroep is naast informatie over: 'waarom competenties', 'wat zijn competenties', 'hoe herleid je competenties' en 'hoe beoordeel je competenties' ook ruimte ingebouwd om hier eens daadwerkelijk mee te experimenteren. Het doel is de deelnemers competenter te maken in het denken in competenties. Waarom competenties?Kennis en vaardigheden blijken in onze huidige maatschappij snel te verouderen. Uit onderzoek blijkt dat werkgevers vooral belangstelling hebben voor medewerkers die weliswaar vakinhoudelijk onderlegd zijn, maar vooral ook over specifieke persoonlijke kwaliteiten beschikken. Die specifieke eigenschappen moeten ervoor zorgen dat bij het ontwikkelen/ vernieuwen van een vakgebied de medewerker die switch aan kan. Of dat in tijden van recessie de medewerker gemakkelijker plaatsbaar is op een andere afdeling of in een andere functie. Persoonlijke kwaliteiten blijken een belangrijker basis voor employability dan specifieke vakkennis.Daarbij komt dat de leerling van tegenwoordig een kritische consument is geworden. De leerling van nu wil weten wat het nut is van wat hij leert. Hij wil best leren, maar wil ook weten waar dat voor nodig is in relatie tot zijn leerdoel. Het onderwijs is nu vooral gericht op het aanleren van allemaal losse deeltjes van kennis en vaardigheden en stuurt de leerling vervolgens de (beroeps)praktijk in waar hij maar moet zien hoe hij alles wat hij geleerd heeft kan verbinden tot een samenhangend geheel. Competenties bieden de mogelijkheid om ook vanuit andere kenmerken te denken dan kennis en vaardigheden. Tevens geven zij beter inzicht in de samenhang tussen wat geleerd moet worden. Wat zijn competenties?Een competentie bestaat uit drie onderdelen: kunnen, willen en zijn. Het grootste deel van deze aspecten is onzichtbaar. Waarneembaar is alleen het gedrag en spraak ('kunnen'). 'Willen' en 'zijn' bevinden zich onder water. Competentie manifesteert zich dus wel in gedrag, maar gedrag is niet hetzelfde als competentie. Voor het toetsen is het dan ook van belang dat niet alleen het 'kunnen' in beeld gebracht wordt, maar ook het 'willen' en 'zijn'. Het 'kunnen', 'willen' en 'zijn' staat niet op zich. Dit is altijd gekoppeld aan een bepaalde context (vandaar de vissenkom). In een bepaalde specifieke, gedefinieerde context verwacht je dat een werknemer zich op de juiste manier gedraagt. Figuur 6: Bureau ICE vissekommodel Een voorbeeldAchmed vult vakken in een supermarkt. Een klant vraagt hem waar de blikken tomatensoep staan. Om de klant goed van dienst te kunnen zijn, moet Achmed niet alleen weten hoe de inrichting van de supermarkt in elkaar steekt (specifieke expertise). Er wordt ook van hem verwacht dat hij de klant vriendelijk en in verstaanbaar Nederlands antwoord geeft. Dat betekent ook dat hij de klant aankijkt bijvoorbeeld (algemeen gedragsrepertoire). Hij zal daarnaast kennis moeten hebben van de regels die voor die supermarkt gelden. Misschien wordt van hem verwacht dat hij met de klant meeloopt om de blikken tomatensoep aan te wijzen bijvoorbeeld (specifiek gedragsrepertoire). Daarnaast spelen zogenaamde sleutelvaardigheden een rol. Voor Achmed betekent dat in dit geval onder andere dat hij begrip toont voor de vraag van de klant. Bovendien spelen normen en waarden als 'respect hebben voor elkaar' en 'het hebben van een positieve grondhouding' een rol. Verder is Achmed's zelfbeeld van groot belang. Als hij vertrouwen heeft in zijn eigen kunnen dan zal hij de klant op een andere manier van dienst zijn dan wanneer hij weinig zelfvertrouwen heeft. Tot slot is Achmeds bereidheid en mogelijkheid om naar zijn eigen handelen en gedrag te kijken (reflectie) van invloed. Hoe herleid je competenties?De deelnemers aan de themagroep zijn in kleine groepjes zelf aan de slag gegaan met het herleiden van competenties. Bij wijze van voorbeeld was een zogenaamde 'kritieke situatie' gegeven. Bij het herleiden van competenties wordt uitgegaan van een aantal typische situaties zoals die zich in de (beroeps)praktijk kunnen voordoen en waar een individu adequaat mee om moet kunnen gaan, zoals in bovenstaand voorbeeld 'het vullen van vakken'. In de themagroep is bij wijze van voorbeeld uitgegaan van een kritieke situatie in de zorg 'Communiceren met verminderd aanspreekbare zorgvragers (dement/ afasie/ doof/ klein kind)'. Op basis van deze (of andere naar eigen keuze) is gekeken welke competenties je nu nodig hebt om adequaat in die context te functio-neren. Als bijvraag is gekeken naar de rol die taal en het meten van taalvaardigheid speelt als je dit soort kritieke situaties nader uitwerkt. Hoe beoordeel je competenties?Op basis van het gegeven of gekozen voorbeeld hebben de deelnemers nagedacht over de vraag hoe je dit soort competenties het beste kan meten en hoe je competenties moet beoordelen. Vragen die daarbij bijvoorbeeld aan bod kwamen waren 'Hoe belangrijk is het dat de vaardigheid goed wordt uitgevoerd?', 'Hoe belangrijk vind je de houding die daarbij aan de dag gelegd wordt?', 'Hoe zwaar telt het verbale gedrag?'. Bij het beoordelen en vooral het beslissen over het al dan niet kunnen functioneren in een kritieke situatie moet elke keer opnieuw de afweging gemaakt worden hoe belangrijk het ene aspect is ten opzichte van het andere. Soms is het 'zijn' belangrijker maar soms ook het 'kunnen'. Tot slotGebruikmaken van 'assessments' is een goede mogelijkheid voor het meten van competenties. De integratie van kennis, vaardigheden en andere aspecten kan in een dergelijke toetsvorm het beste plaatsvinden. Bij het beoordelen is het van belang te zoeken naar een passende verdeling tussen functionele, relationele en technische aspecten.Competentietoetsing blijkt in de praktijk ook bij leerlingen heel prettig uit te vallen. Met name daar waar het gaat om meer praktijkgericht onderwijs wordt het prettig gevonden wanneer de vorm van toetsing aansluit bij de manier waarop leerlingen zich bekwamen in een bepaald vakgebied: Geen pen en papier om te laten zien wat je kan, maar gewoon doen!