Een supermarkt van Onderwijs en Taal
Amsterdam, 10-11-2005 Tijdens de Stedelijke Werkconferentie ‘Het goede voorbeeld komt uit de Amsterdamse klas” beloofde Ahmed Aboutaleb, onderwijswethouder van Amsterdam dat er binnenkort een actieplan komt in de vergadering van B & W op het gebied van interculturele verhoudingen, omdat de huidige situatie van achterstandsgroeperingen nog steeds vraagt om extra investeringen van het stadsbestuur. De wethouder deed deze uitspraak in een interview met Studio Sportverslaggever Tom Egbers.

Wethouder Aboutaleb op de supermarkt van Onderwijs en Taal: “Gelukkig hebben mentoren mij op sleeptouw genomen.”

Amsterdam, 10-11-2005

Tijdens de Stedelijke Werkconferentie ‘Het goede voorbeeld komt uit de Amsterdamse klas” beloofde Ahmed Aboutaleb, onderwijswethouder van Amsterdam dat er binnenkort een actieplan komt in de vergadering van B & W op het gebied van interculturele verhoudingen, omdat de huidige situatie van achterstandsgroeperingen nog steeds vraagt om extra investeringen van het stadsbestuur. De wethouder deed deze uitspraak in een interview met Studio Sportverslaggever Tom Egbers.

In dit interview benadrukte de wethouder het belang van de goede leraar en van de vrijwilligers die hem de Nederlandse taal hadden geleerd. Hij zei over de leerkrachten: “Gelukkig hebben mentoren mij op sleeptouw genomen.” Over de huidige leerkrachten vertelde de wethouder enthousiast tegen interviewer Tom Egbers: “Als je bij het Amsterdamse onderwijs werkt, dan ben je tot op het bot gemotiveerd. Ook vandaag heb ik gezien hoe de mensen met hart en ziel werken om de achterstand in taal en rekenen bij kinderen te verminderen.”

De wethouder deed zijn uitspraken aan het slot van de werkconferentie in de grote zaal van de Meervaart op 10 november jl. De Stedelijke Werkconferentie Taalbeleid PO en VO was een taalsupermarkt, met zijn eigen boodschappenkarretje kon iedere deelnemer naar een eigen goed voorbeeld gaan. Een leerkracht uit het basisonderwijs verwoordde dat op deze manier: “Er is zoveel te doen. Moet ik nu kiezen voor iets nieuws, natuurlijk leren, of voor meervoudige intelligentie, een workshop op een terrein dat ik al een beetje ken?”

Een docent uit het vmbo verzuchtte: “Gelukkig was ik lekker op tijd en kan ik nu de dingen volgen over straattaal”.

Wervelend was de dag begonnen met kinderen van de basisschool Valentijn die als slagers, bakkers, olifanten en flamingo’s op het podium een speelse vorm gaven aan gedichten van Annie M.G. en van Henk Hokken. In een toneelstukje vol magie zette een jongen een lieve burgemeester Cohen neer, die bezongen werd met “de held van onze stad, wat is hij toch een schat”. Samen plezier beleven aan gedichten en drama en dat laten zien aan een zaal met taalcoördinatoren, docenten, bestuurders, beleidsmedewerkers, ambtenaren en politici, zo mag taalles zijn.

Het was de opwarmer na de officiële opening door Marja Roelofs en Theun Meestringa, de organisatoren van deze supermarkt van de taal, met veel nadruk op de praktijk in de klas.

Maar voor de aanvang van de workshops en lezingen sprak professor Folkert Kuiken, bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal, de aanwezigen in de Grote Zaal toe over ‘Taal in de klas en daarbuiten”. Hij constateerde grote verschillen in de taal binnen en buiten de school en wierp de vraag op: “Wat betekent dat voor de docent die tot taak heeft de taalvaardigheid van de leerlingen te vergroten?”.

De lijn van zijn verhaal was hoe de taal van buiten binnen de school halen en omgekeerd leerlingen op school met verschillende taalregisters in contact brengen. Hij liet onderscheid tussen vier taalregisters zien: straattaal (buiten) – algemene omgangstaal (binnen) – school- en instructietaal – taalgebruik in zaakvakken.

Aan de hand van teksten van rappers als Ali B en THC (uit Amsterdam Noord) liet hij zien hoe de straattaal en algemene omgangstaal door jongeren door elkaar gehusseld worden.

Na de centrale opening verdeelden de aanwezige onderwijskrachten, bestuurders en beleidsmedewerkers zich over de zalen en zaaltjes van de Meervaart. Iedereen kon een eigen programma samenstellen uit een totaal aanbod van niet minder dan drieënveertig verschillende activiteiten, zoals presentaties, workshops en lezingen. Gekozen werd op basis van korte inleidende teksten en pakkende titels zoals “De verteltas”, “Straattaal in beeld”, “Oude taalvaardigheden in nieuwe adsl-vormen”, voorbeelden uit de eerste ronde, of “Een juf speelt en leert ook”, “Kinderen leren taal in alle vakken”, "Wij Amsterdammers en taalgebruik, sociale cohesie met woord en daad" of een meer zakelijke titel zoals “Amsterdams taalbeleid in beeld en geluid”, een overzicht van films over onderwijs en taal, uit latere rondes.

Na de eerdere lezing van Folkert Kuiken was het voor een aantal mensen een bijna logische stap om naar de presentatie “Straattaal in Beeld’ te gaan. Leonie Cornips, van het Meertensinstituut, veegde wetenschappelijk onderbouwd de vloer aan met verschillende mythen over straattaal. Zij betoogde dat straattaal een label is geworden in het spanningsveld tussen taalkundigen, media en onderwijs. “Straattaal is niet nieuw. Op het moment dat taalgebruik een specifieke naam krijgt, straattaal, wordt er gedaan of er iets nieuws bestaat.”, vertelde zij. Leonie Cornips liet zien hoe de mythe groeide aan de hand van artikelen uit kranten en interviews met leerkrachten. Maar ze liet ook zien dat jongeren weten wanneer zij algemene omgangstaal moeten gebruiken en wanneer niet. "Taal is een middel om je af te zetten, een middel tot oppositie: tussen school en straat, tussen jongeren en ouderen, tussen allochtonen en autochtonen. Met je vrienden praat je anders dan met je moeder of de meester. Jongeren hebben het zelf niet over straattaal. Dat is een woord van onderzoekers en mediamensen.”

In de presentatie “Een juf speelt en leert ook” stond video-ondersteuning van de leerkracht centraal. Adele Poelmans maakte gebruik van een praktijkvoorbeeld: de vraag van een leerkracht in de onderbouw. De juf speelde mee in de Spelhoek als zwarte piet. Een meisje met een mijter speelt Sinterklaas. Aan de hand van de videobeelden werd een analyse gemaakt door de begeleidster in samenspraak met de leerkracht. De manier van vragen stellen aan het kind bekeken ze samen. Stelde de juf open of gesloten vragen? Ja/nee vragen? Hoe moest ze activerende vragen stellen, waardoor het kind meer vertelde, meer uit zichzelf aan het woord was? Een krachtig voorbeeld uit een winkelspel was het stapje terug dat de leerkracht deed. Hierdoor werd het kind meer uitgenodigd zelf de rol van winkelier te spelen en te verwoorden, terwijl de juf in de buurt bleef voor een ander kind dat achter de kassa zat en duidelijk nog veel moeite had met afrekenen in het Nederlands.

Ook in het middagprogramma gingen de aanwezigen uiteen naar de verschillende lezingen, workshops en presentatie. Tijdens zijn lezing “Geïntegreerd taal- en vakonderwijs werkt” vertelde Erik van Schooten: “Als docenten nascholing volgen, dan verbeteren de resultaten van de leerlingen. Misschien geen verrassende stelling, maar toch een aanmoediging voor leerkrachten die zich blijven scholen.” Een aanwezige beleidsmedewerker reageerde met : “Dit is interessant, als het budget aan de orde is. Het gaat vaak om de verdeling van de centen en nu hoor ik dat nascholing werkt in de praktijk”.

Aan het einde van deze dag vol taal en onderwijs, aansprekende voorbeelden en nuttige ontmoetingen in de wandelgangen ging iedereen terug naar de Grote Zaal voor het afsluitende interview van Tom Egbers met wethouder Ahmed Aboutaleb.

(van onze verslaggever, Gerard Beentjes)