Haar onderzoeksvraag was: Is er een relatie tussen opvattingen en gedrag van vakdocenten in een geïntegreerd traject enerzijds en de toename van taalvaardigheid bij de NT2-leerders anderzijds? Haar onderzoeksvraag heeft ze uitgesplitst in deelvragen, gericht op vier thema’s: - docentcognities; - taalopvatting; - taakuitvoering; - NT-2 rendement. Geïntegreerd traject autotechniek Marijke heeft twee docenten gesproken van het geïntegreerd traject autotechniek. Uit het gesprek met die docenten is naar voren gekomen dat: - de leerlingen weinig kennis hebben van theorie; - de docenten weinig ervaring hebben met allochtone leerlingen; - er vaak aan vakdoelen wordt gewerkt en weinig aan taaldoelen. Geïntegreerd traject Installatietechniek Marijke heeft van dit traject drie docenten gespreken. Uit dit gesprek bleek duidelijk dat de docenten proberen zoveel mogelijk met de leerlingen te praten, hoewel ze weinig tijd hebben omdat ze ook aan de eisen van hun vakdiploma moeten voldoen. Maar aan de andere kant werken de docenten zeer gemotiveerd en met plezier met de allochtonen. Uit de gesprekken bleek onder andere dat de ene docent probeert om meer taalgericht te werken en de andere niet. Marijke heeft ook een meetinstrument gebruikt om bij de docenten te meten hoe taalgericht ze werken. Het meetinstrument dat ze gebruikt heeft is de SIOP (Sheltered Instruction Observation Protocol, zie Echevarria, Vogt & Short, Allyn & Bacon, 2000). Het resultaat van de meeting ontbreekt in de presentatie. Resultaten van studenten Onder de studenten van de twee geïntegreerde trajecten heeft Marijke een onderzoek gedaan om de niveaustijging per vaardigheid per traject kan meten. De resultaten zijn per traject erg verschillend. In het geïntegreerde traject autotechniek is de stijging weinig, namelijk 35%. In het geïntegreerde traject installatietechniek ligt de stijging boven 70%. Dit komt overeen met de mate van taalgerichtheid van de trajecten. Conclusie Het onderzoek is een kleinschalig onderzoek waardoor je niet kan zeggen dat het resultaat algemeen geldend is. Maar wat je wel kan zeggen is dat de aandacht voor taal effectief is en dat docenten dus meer aandacht zouden moeten besteden aan taal. De studenten moeten meer taalondersteuning krijgen, bijvoorbeeld door meer bezig te zijn met woordenschat. Een deelnemer aan de presentatie vraagt zich af welke lessen Marijke heeft geobserveerd. Dit waren -puur toevallig- de theorielessen. 13 mei 2004