Annelies Kassenberg van Het Projectbureau vertelt over de ervaringen met een training in taalgericht vakonderwijs die ze in Rotterdam hebben gegeven. Daarbij zijn de deelnemende docenten systematisch geobserveerd.
In alle vaklessen komen impliciet allerlei talige aspecten aan bod die vaak moeilijk zijn voor leerlingen met een taalachterstand, zoals gericht luisteren en kijken, begrijpend lezen, formuleren en beantwoorden van vragen, functioneel schrijven en presenteren. In de training taalgericht vakonderwijs worden docenten zich bewust van de taalproblemen van leerlingen in relatie tot hun vak. Docenten die taalgericht lesgeven besteden in hun lessen aandacht aan deze aspecten. Zij stellen naast vakinhoudelijke ook talige doelen en beschikken over een didactisch repertoire om in hun lessen de taalvaardigheden van leerlingen te verbeteren. Helpt zo'n training om docenten tijdens de les meer in te laten spelen op leerlingen met een taalachterstand? Deze vraag staat in deze presentatie centraal.
In totaal hebben 4 observatoren op 3 Rotterdamse scholen voor voortgezet onderwijs lesobservaties verricht. De observatoren hebben samen 22 docenten zowel voor als na de training in Taalgericht Vakonderwijs geobserveerd. De klassen waarin werd geobserveerd besloegen alle leerjaren en varieerden van vmbo tot vwo.
Het observatieonderzoek naar de taalvaardigheidstraining van docenten maakt een aantal dingen duidelijk. Zo doen Rotterdamse docenten het op een aantal algemene vaardigheden (bijv. geven van feedback, voldoende bedenktijd geven) die de taalproductie bevorderen uitstekend. Ook zijn docenten goed in staat op het taalniveau van de leerlingen les te geven. Zo goed dat er na de training op die aspecten geen verbetering meer optreedt.
De training heeft wel tot resultaat dat specifieke op taal gerichte docentvaardigheden beter ontwikkeld zijn en docenten op nieuwe ideeën hebben gebracht. Zo zetten docenten na de training veel vaker doelgerichte opdrachten in om leerlingen te laten lezen, spreken, schrijven en luisteren. Ook zijn de docenten meer en andere media (bijv. verhalen, schema's en afbeelding) gaan gebruiken om de context van de les aan te geven. Interactie wordt na de training taalgericht vakonderwijs ook meer benut om leerlingen te laten leren. Er wordt na de training vaker geëxperimenteerd met taalgerichte samenwerkingsstructuren en leerlingen worden aanzienlijk vaker gestimuleerd om samen te werken. Hoewel docenten aanvankelijk zelf weinig interactieve vaardigheden gebruiken om de talige vaardigheden te stimuleren (bijvoorbeeld het bespreken van aanpakken/strategieën, kernbegrippen laten verduidelijken) verbetert dit na de training zichtbaar. Maar het kan nog beter.
Wat ook nog beter kan is het activeren van voorkennis om leerlingen de context van wat ze moeten leren te laten begrijpen. Waar lessen daadwerkelijk meer taalgericht van worden is het bieden van meer taalsteun. Op vrijwel alle punten (feedback geven op taalgebruik, vaktaalwoorden duidelijk maken, talige steun bij opdrachten en ondersteunende doceeractiviteiten) wordt hier nog laag gescoord.
Samenvattend kan dan ook worden vastgesteld dat de training maakt dat docenten meer taalgericht les zijn gaan geven. Vooral het verbeteren van het leren door interactie komt goed uit de verf. Ook het bieden van contextrijk vakonderwijs gaat vooruit, zij het dat het activeren van voorkennis nog aandacht verdient. Dat geldt ook voor het bieden van taalsteun. Hoewel sommige aspecten voldoende worden ingezet, is er nog veel winst te behalen op de talige steun bij opdrachten en de (ondersteunende) doceeractiviteiten.
Tijdens de bespreking van de presentatie werden veel vragen gesteld. Naast een aantal verhelderingsvragen en voorbeelden werd een goede kritische vraag gesteld over de betrouwbaarheid van het observeren na de training terwijl docenten op de hoogte waren van het doel van de training. Docenten zouden de les mooier voor kunnen doen dan zij hem normaal zouden geven.
Dit werd in het onderzoek en ook door de zaal niet als een probleem gezien. Doel is dat docenten zich bewust worden van de taalproblemen van leerlingen en taalgerichte methodes kennen om daar aan te werken. Tijdens de tweede observatie kunnen zij laten zien in hoeverre zij die kunde hebben opgestoken tijdens de training.
Ook de weerstand van sommige docenten bij het deelnemen aan de training kwam ter sprake.
De observatieresultaten zijn in ieder geval niet vertekend door louter docenten die positief staan ten opzichte van taalgericht vakonderwijs. Allerlei docenten hebben deelgenomen. Tijdens de bespreking van dit onderwerp bleek ook dat er op scholen grote verschillen bestaan tussen de docententeams en hun houding ten opzichte van taalgericht vakonderwijs en de aanpak van taalproblemen bij hun leerlingen.
Al met al was het een positieve bespreking van het onderzoek en bestond er in de zaal enthousiasme over de resultaten.