Observatie-instrument Taalgericht Vakonderwijs: Kijken naar interactie
Connie Raijmakers-Volaart en Maaike Pulles, Etoc, RUG Groningen
Vanuit het Platform Taalgericht Vakonderwijs wordt gewerkt aan een observatie-instrument voor ondersteuning en implementatie van taalgericht vakonderwijs. Dit instrument is bedoeld als hulpmiddel bij het implementeren van taalgericht vakonderwijs en het professionaliseren van docenten op dat terrein.
Het instrument bestaat uit een viertal onderdelen
1. algemeen pedagogisch/didactisch handelen
2. vakdidactisch handelen
3. interactie
4. taalsteun
Deze workshop heeft tot doel dat de deelnemers taalgericht vakonderwijs iets beter leren observeren en tevens de hanteerbaarheid en betrouwbaarheid van de observatiepunten te onderzoeken. In deze workshop gaat het om het onderdeel ‘interactie’. Parallel wordt in een andere workshop (Maaike Hajer en Hilde Hacquebord) aandacht besteed aan het onderdeel ‘taalsteun’.
Na de algemene introductie van het instrument worden de observatiepunten uit het deel ‘interactie’ toegelicht. Vervolgens bekijken de deelnemers twee lesfragmenten en vullen ze van het observatieformulier het onderdeel Interactie in. Dit deel van het instrument is in deze versie opgesplitst in twee groepen van observatiepunten: interactie tijdens een onderwijsleergesprek en interactie tijdens groepswerk of individuele opdrachten. De observatiepunten zijn verder geordend naar
- vragen stellen
- antwoorden genereren
- feedback geven
- instructie geven
- begeleiding tijdens uitvoering
- nabespreking
Het eerste lesfragment is een stukje uit een verzorgingsles over aids en het tweede fragment komt uit een wiskundeles over grafieken. De fragmenten zijn één voor één bekeken en besproken, waarbij de deelnemers in tweetallen zijn ingedeeld, zodat ze zich op één observatiepunt uit het observatieformulier kunnen richten.
Hieronder volgen enkele discussiepunten uit de bespreking van het instrument naar aanleiding van de videofragmenten.
Bij de bespreking van het eerste fragment komt naar voren dat de aanduiding ‘docent stelt open vragen’ niet voor iedereen helder wis. Er ontstaat enige discussie over ‘open’ of ‘gesloten’ vragen. Ook enkele andere observatiepunten blijken multi-interpretabel te zijn. Het instrument zal op dit punt nog aangescherpt moeten worden. De observatiepunten bij ‘Feedback geven’ blijken moeilijk te beoordelen: niet iedereen weet precies wat onder uitbreidende of ondersteunende feedback moet worden verstaan.. Verder wordt opgemerkt dat reacties van de leerlingen – die geen rol spelen in het instrument – wel bepalend zijn voor de interpretaties en reacties van de docent.
Bij de bespreking van het fragment uit de wiskundeles wordt bij het observatiepunt ‘docent stelt echte vragen’ naar voren gebracht dat de context bepaald of een vraag een echte vraag is. Bij het onderdeel ‘docent bevordert dat leerlingen elkaar vragen stellen’ werd opgemerkt dat hierbij ook non-verbaal gedrag en intonatie van belang zijn. En dat betekent dat een observatie op dat punt altijd een interpretatie van het gedrag van de docent zal zijn. Bij het observatiepunt ‘docent nodigt uit tot vragen stellen’ vraagt men zich af of gaat om vragen aan de leerkracht of aan de medeleerlingen.
Tot slot is er ruimte voor algemene opmerkingen over het instrument. Connie stelt de vragen: “Zou je met dit instrument kunnen werken, bijvoorbeeld voor zelfbeoordeling of collegiale intervisie? Is het een hanteerbaar instrument?”
Enkele opmerkingen van de deelnemers zijn:
- Je zou het instrument eigenlijk vooral voor zelfbeoordeling moeten gebruiken, omdat je zelf het beste inzicht hebt in je eigen interactie.
- Het instrument heeft zeker goede elementen, maar er zouden wel enkele wijzigingen aangebracht moeten worden om de observatie te vergemakkelijken. Gesuggereerd werd om de volgorde van de lesopbouw er in op te nemen.
- De start van de les was niet voor iedereen zichtbaar in het instrument. Deze zit echter in het deel over (vak)didactisch handelen, en daar is bij deze workshop niet naar gekeken.
- Er zouden in de handleiding bij het instrument heldere definities moeten komen van een aantal begrippen, zoals ‘onderwijsleergesprekken’ en de verschillende soorten feedback.
- Het is jammer dat de antwoorden van de leerlingen buiten beeld blijven, omdat die de reacties en uitingen van de docent mede bepalen. Dit wordt als aandachtspunt door de ontwikkelaars meegenomen: doet de docent iets met de interactievaardigheden van de leerlingen?
- Niet iedereen vindt het scoresysteem even handig. De optie ‘doet het tegenovergestelde’ is lastig. Ook het symbool (=) vindt men verwarrend. Suggesties voor een alternatief: < >.
- Men vindt het instrument voor gebruik bij intervisie wel erg uitgebreid. Connie merkt op dat het instrument ook niet bedoeld is om altijd in zijn geheel te worden afgenomen. Het is zowel bruikbaar voor een screening (helemaal invullen) als voor intervisie waarbij een aantal punten uit het instrument geselecteerd kunnen worden.
De opmerkingen en scores van de deelnemers die verzameld zijn in deze workshop zullen worden gebruikt om het instrument verder te ontwikkelen.