Taalgericht vakonderwijs op de vierkante centimeter
Paula Bosch (ITTA, Universiteit van Amsterdam) en Margreet Verboog (EHvA, Hogeschool van Amsterdam)laten in een themagroep iets zien van het 'Intervisiedraaiboek' dat door het platform TVO wordt uitgewerkt.

Taalgericht vakonderwijs op de vierkante centimeter.

Paula Bosch (ITTA, Universiteit van Amsterdam) en Margreet Verboog (EHvA, Hogeschool van Amsterdam).

 

In deze themagroep laten wij iets zien van het 'Intervisiedraaiboek', een onderdeel van het project dat door het Platform Taalgericht Vakonderwijs wordt uitgewerkt.

 

Het intervisie draaiboek wordt een draaiboek, met voorbeeldopnamen van lesfragmenten, waarin we docenten aan het werk zien. Daarbij behoren vragen waarmee we gericht gaan kijken en luisteren naar docentgedrag. Uiteraard gaat het dan om gedrag dat gerelateerd is aan taalgericht vakonderwijs.

Het observatie-instrument, dat verder ontwikkeld wordt door een andere groep binnen het project, is daarbij de leidraad het gebruiken van de fragmenten.

De bedoeling is dat docenten met elkaar met behulp van dit draaiboek kunnen helpen bij het aanleren van een manier van lesgeven, die het voor alle ll. mogelijk maakt, mee te doen aan de les. dit doen ze door opnamen te maken van hun eigen les, daar een of meer fragmenten uit te zoeken die interessant zijn, en daar in groepje naar te kijken en elkaar feedback te geven.

 

 In de themagroep keken we naar drie lesfragmenten, daarbij hoorden vragen, die in groepjes van 4 besproken werden. Na ieder fragment bespraken we het plenair na.

De deelnemers kregen de opdracht, zich voor te stellen dat de betreffende collega op de video, aanwezig was bij de bespreking. Dat was namelijk de manier waarop een dergelijk fragment gebruikt moet worden. Kritiek leveren is altijd mogelijk, maar het gaat erom, op een positieve manier feedback te leveren op de specifieke vragen die een collega zelf stelt bij fragmenten van zijn of haar eigen les.

De fragmenten betroffen toevallig driemaal een les economie, eenmaal het begin van een les over het onderwerp armoede, twee fragmenten uit een les waarin woorden over de consument werden behandeld. Daarvan zagen we een stukje instructie en een stukje woordenschat: nieuwe woorden bespreken.

 

Voorbeelden van vragen:

Welke vragen stelt de docent aan de leerlingen om hun voorkennis aan te boren?

Op welke manier stuurt de docent het gesprek?

Heb je aanbevelingen voor de docent wat betreft zijn taalgebruik?

 

Opvallend was de respectvolle manier waarop feedback gegeven werd.

In de discussie kwamen veel goede ideeën naar voren waar de deelnemers plezier van kunnen hebben in hun lessen. Bij voorbeeld:

Laat de leerlingen moeilijke woorden opzoeken door ze te vragen van welke woorden ze denken dat die moeilijk zijn voor de andere leerlingen. De gedachte hierachter is, dat je bij woordenschat niet kunt spreken van kennen of niet kennen. Daartussen bevindt zich een groot grijs gebied van woorden waar we van gehoord hebben, waar we een vaag idee van hebben, waarvan we weten dat we ze moeten kennen. Daardoor is het vaak niet zo duidelijk voor een leerling welke woorden hij zelf wel of niet kent.

Een idee over een praktische klasse-indeling: als er ruimte voor is, de groepjes tafels aan de kant, zodat er in het midden een ruimte overblijft waar je een kring kunt maken.

Aan het eind keken we terug door de vragen:

Hoe vind je deze methodiek om docentgedrag te bespreken?

Hoe zou je het zelf vinden om je les op deze manier te bekijken en bespreken?

 

Hier ontstond een discussie over hoe kritisch je bent op je eigen les als je die ziet op video, namelijk heel erg kritisch en over de veiligheid die nodig is om lesfragmenten aan collega’s te laten zien. Over het algemeen was men zeker van mening dat er veel winst te halen valt uit het kijken naar het eigen docentgedrag op deze manier.