Nederlands in Uitvoering
Mirjam de Bruijne van CED groep/Het Projectbureau Rotterdam presenteert materiaal Nederlands voor LWOO/BBL-leerlingen

Nederlands in uitvoering

Mirjam de Bruijne presenteert de modules Nederlands in Uitvoering van de CED groep/Projectbureau. Marrit Spijksma, docent op Scholengemeenschap De Rietlanden (Lelystad) werkt met het materiaal. Helaas kan zij in verband met haar rooster niet bij de presentatie aanwezig zijn.

 

Het materiaal is ontstaan in het kader van het Rotterdams Onderwijs Achterstandenplan van de gemeente Rotterdam. Daarnaast zijn 8 modules ontwikkeld in het kader van een experiment van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming.

De doelgroep bestaat uit toekomstige leerwerkers in het LWOO of een BBL traject. Aanleiding om het materiaal te ontwikkelen is dat deze leerlingen veelal niet zijn te motiveren voor de gangbare aanpak van het vak Nederlands. Uit onderzoek blijkt dat lesmethodes voor hen over het algemeen veel te talig zijn en dat er te weinig gedaan wordt aan het verwerven van taalvaardigheden.

 

De modules zijn ontwikkeld door het Projectbureau Rotterdam. De formats voor het materiaal zijn in samenwerking met Dirkje Ebbers van SLO gemaakt. Verschillende scholen uit Rotterdam hebben meegewerkt door deels mee te ontwikkelen en het materiaal uit te proberen.

 

Elke module heeft een thema waarin een taaltaak centraal staat. Zo’n taaltaak bevat een afgeronde taalhandeling, bijvoorbeeld een interview houden. Bij elke module werken leerlingen aan een concreet eindproduct. Dit is een soort miniprestatie en biedt de mogelijkheid om de modulen te koppelen aan andere onderwerpen in projecten en leergebieden. In de werkmap staan hier suggesties voor. Het thema “gezonde voeding” kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan het project “De gezonde school”. Voor biologie kan dat benaderd worden vanuit gezondheid, voor een andere richting, bijvoorbeeld economie kan gefocust worden op verkoopaspecten.

 

De didactische aanpak binnen de modules is gebaseerd op de leerstijltheorie van Kolb en de indeling van Gardner m.b.t. meervoudige intelligentie.

Elke les haakt aan bij een bepaalde fase van de cyclus “ ervaren-bekijken-denken-doen”. Per module wisselt de volgorde waarin deze fasen aan bod komen. Bij de ene module wordt ingestapt bij ‘ervaar’, een andere module begint met ‘bekijk’ enzovoorts. De oefeningen doen een beroep op de verschillende intelligenties die leerlingen kunnen hebben. De gehanteerde aanpak past ook binnen de nieuwe manier van leren: actief, in samenhang en met veel interactie.

 

Een vraag uit de zaal is of er volgorde of een leerlijn in de modulen zit. Dat is niet het geval. Het is wel zo dat de taaltaken die nodig zijn voor het VMBO in de modules verwerkt zijn. Er is dus geen opbouw, maar wel spreiding. De kerndoelen Nederlands worden voor een belangrijk deel gedekt. De modulen zijn in te zetten als methode Nederlands binnen het VMBO, waarbij steeds op maat gekozen kan worden voor een module die op een bepaald moment relevant is.

Een andere vraag is of het een “ dekkende” methode is voor Nederlands. Dat is niet helemaal het geval, omdat de fictie ontbreekt. Daarvoor bestaat de methode Bazar.

 

De rest van de tijd van de presentatie bestaat uit het bekijken van het materiaal. Deelnemers kijken met veel belangstelling, helaas is de tijd kort. De uitgave die nu getoond wordt ziet er nog sober uit. Er komen nog meer plaatjes in.

Er is geen tijd meer om plenair na te bespreken. Scholen uit Rotterdam kunnen het materiaal dit jaar gratis uitproberen. De planning is dat er in het voorjaar van 2006 een uitgave op de markt komt. Meer informatie is te vinden op de website www.nederlandsinuitvoering.nl.