Geen d's en dt's
Rene Leverink spreekt met Joop Holla over taal in leerwerktrajecten. Uit: de Taalkrant 1/1, p. 7-8, december 2002

Joop Holla is momenteel coördinator ICT-onderwijs aan het Nova College, een vmbo-school in Amsterdam. Daarnaast is hij docent Nederlands. Vorig jaar heeft hij in die hoedanigheid meegewerkt aan het opzetten van een programma voor leerwerktrajecten.

Al in 1984 begon Holla met het ontwikkelen en aanbieden van onderwijs in school- en vaktaal aan allochtone leerlingen. Hij was er vroeg van overtuigd dat je het vak Nederlands niet alleen binnen de muren van het klaslokaal moet geven. Een kwart eeuw later moet hij constateren dat deze opvatting nog lang niet overal weerklank heeft gevonden. Hoe komt dat volgens hem? "Herinrichtingen van het onderwijs hebben veel tijd nodig. Ook ziet men niet overal de noodzaak van veranderingen. Hier in Amsterdam is binnen drie, vier jaar vijftig procent van de schoolpopulatie allochtoon. Dan heb je veel meer met de problematiek van school- en vaktaal te maken dan in andere regio's."

Motivatie

Toch wil Holla het onderscheid tussen omgangstaal, schooltaal en vaktaal niet alleen betrekken op de allochtone leerlingen. "Het speelt overal. Vergeleken met vroeger zie je dat de motivatie en het niveau van de leerlingen duidelijk is afgenomen. In het kader van de leerwerktrajecten hebben we van veertig leerlingen een competentieanalyse laten maken. Wat daaruit gekomen is, weet eigenlijk iedere docent wel. Maar het moet eerst objectief worden vastgesteld, voor er iets mee gedaan wordt. Ik bedoel dat de leerlingen van nu niet alleen tekortschieten op het gebied van taal, maar ook in sociale vaardigheden. En dat zijn ze zich lang niet altijd bewust. Zo vonden die leerlingen dat ze goed voor zichzelf opkomen, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet zo is. Op de stageplek wordt van lwt-leerlingen verwacht dat ze eigen initiatief nemen, communicatief vaardig zijn en een kritische houding durven aan te nemen. Dat ontbreekt nogal eens. Met name bij allochtone leerlingen. Vaak is dat ook een kwestie van cultuur."

Geen theorie

Naast het opzetten van de leerwerktrajecten op het Nova College heeft Holla zich ook beziggehouden met de praktische invulling daarvan. "We waren er al in een vroeg stadium van overtuigd dat je deze leerlingen niet te veel lastig moet vallen met theorie. Ze hebben echt geen belangstelling voor d's en dt's, gezegde en persoonsvorm Het programma moest zo in elkaar zitten, dat het evengoed door een vakdocent als door een docent Nederlands begeleid kon worden. We hebben een driesporenbeleid ontwikkeld. Spoor één is het aanleren van functionele taalvaardigheid. Het tweede spoor is specifiek vaktaalonderwijs. Spoor drie is directe ondersteuning door de docent Nederlands in de lessen vaktheorie. Soms kan een leerling het antwoord op een technische vraag niet vinden omdat hij de vraag niet begrijpt. Dat betekent natuurlijk wel dat je als docent Nederlands in het vaklokaal moet komen. Deze aanpak vraagt om een nauwe samenwerking tussen de docenten Nederlands en de vakdocenten. Ik heb zelf heel prettig gewerkt met docenten metaaltechniek en maakte min of meer deel uit van de vakgroep. Helaas is er op veel scholen nog een strikte scheiding tussen theorie- en vakdocenten. Ook is het vaak zo dat een docent Nederlands veel te hoge eisen stelt aan de taalvaardigheid van de leerlingen. Mijn streven is echt niet dat ze perfect Nederlands kunnen als ze hier van school komen. Ik probeer ze de taalvaardigheden bij te brengen waarmee ze verder kunnen. De taal leren ze vooral in de praktijk. Bijvoorbeeld tijdens een leerwerktraject. Daar moeten ze een telefoongesprek voeren, overleggen met collega's en een verslag schrijven. Als ze dat onder de knie hebben, ben je al een stuk verder."

Verrijking

Kijkend vanuit zijn positie als docent Nederlands ziet Holla de leerwerktrajecten als een verrijking: "De leerling wordt eerder geconfronteerd met de werkelijkheid van het maatschappelijk leven en het bedrijfsleven. Hij komt in aanraking met andere mensen. De ervaring is dat leerlingen dan sneller de taal oppikken dan als ze in het schoolsysteem blijven. Een leerwerktraject kan dus een positieve invloed hebben op het verwerven van de taal."