Het geheim van Lilian
Annelies Kappers interviewt Lilian Stüger, docent Recht op de afdeling Juridische Hulpverlening op de locatie Schipluidenlaan van het ROC van Amsterdam. Zij heeft op de rechtbank gewerkt, werkt nu bij het stagebureau, geeft les en is bezig met de didactische cursus voor zij-instromers in het BVE.

Even m’n les voor morgen voorbereiden. Rob pakt het lesboek ‘Overheid en Recht’ en slaat het open bij hoofdstuk 5. Vier dichtbedrukte bladzijden, een zee van letters staart hem aan. Arme kinderen! Dit moeten ze allemaal doorworstelen. Hoe krijg ik ze toch aan het lezen?? Ze moeten dit soort teksten kunnen lezen en de terminologie beheersen, maar het lijkt soms wel onbegonnen werk.

Het is een hele opgaaf om leerlingen anderhalf uur bij de les te houden en daarná lijkt het wel binnen een half uur weer uit hun hoofd te vliegen. De meeste woorden leren ze nooit en de ‘gewone’ woorden kennen ze ook al niet. Ze houden niet meer van lezen en leren dus niet veel bij.

 

Herken je dit probleem?? Heb je als vakdocent ook vaak het gevoel dat het te veel van leerlingen vraagt om vakteksten te lezen? Ze lezen überhaupt haast niet meer. Het is een gebrek aan leesvaardigheid en woordenschat. Hoe zorg ik ervoor dat leerlingen wíllen lezen, dat ze er het belang van inzien?

In dit artikel interviewt Annelies Kappers een docent die een aardige manier heeft gevonden om leerlingen taalvaardiger te maken in het vak. Het zijn waardevolle tips waar anderen ook iets aan kunnen hebben.

 

Tegen welk taalprobleem ben jij aangelopen?

Het viel me op dat de leerlingen heel weinig woorden kenden. De juridische taal is vrij abstract en ingewikkeld, maar ook de wat algemenere woorden zoals 'relatief', 'uitermate' e.d. kenden ze niet. Toetsen worden slecht gemaakt, woorden verkeerd gebruikt. Iedereen heeft het idee dat het niveau van allochtone en autochtone leerlingen daalt. Ik heb het idee dat dat niet zo is, maar dat er meer aandacht voor taalontwikkeling moet zijn, dat leerlingen meer met taal bezig moeten zijn. Vooral in het eerste jaar valt het op, in het tweede en derde jaar wordt het beter want ze moeten wel. Ze gebruiken het woordenboek erg veel en dat levert zeker iets op.

 

Taal is hét probleem binnen deze opleiding

Leerlingen hebben een hekel aan lezen. Ze doen het vrijwel nooit. Wij hadden vroeger altijd een leesuurtje op school waardoor lezen heel gewoon en gezellig was.  Onze leerlingen gebruiken internet (zonder te lezen) lezen geen kranten, geen boeken en dat is voor zo’n opleiding toch een probleem. Van lezen steken ze een hoop op, ze vergroten hun woordenschat en het is prima voor hun taalontwikkeling. Taal is het probleem binnen deze opleiding.

 

Hoe heb je die problemen toen aangepakt?

Ik heb me ingeleefd in de situatie van leerlingen. Dat was voor mij niet moeilijk want ik heb zelf op de MAVO, Havo en het VWO doorlopen en herken heel veel in deze MBO-groep. Ik weet dat deze leerlingen enthousiast worden als het over dingen gaat die dicht bij ze staan. Abstracte theoretische verhandelingen willen en kunnen ze niet lezen, laat staan leren.

 

Actualiteit motiveert

Ten eerste laat ik ze échte vonnissen lezen die veel belangstelling in de media hebben (die haal je van internet www.rechtsspraak.nl ), daar geef ik samenwerkingsopdrachten bij, laat ze woorden opzoeken, vragen beantwoorden en samenvattingen maken. Bijvoorbeeld het vonnis van de verfbommetjesgooier bij het huwelijk van Maxima en Willem Alexander. Dat interesseert ze, het speelt in het hier en nu en ze merken dat hun studie betrekking heeft is op de actualiteit. Je ziet dat ze dan gemotiveerd zijn om door die juridische termen heen te lezen. Ze gaan daardoor ook beter de krant lezen (al zijn het de Spits en de Metro).

 

Onderwijs moet leven.

Verder laat ik ze een zitting bijwonen in de rechtbank. Vroeger gingen ze ook wel naar de rechtbank, maar dan kregen ze de opdracht: ga naar een rechtszitting en maak een verslag. Ik heb het nu wat meer gestructureerd. De PR-afdeling van de rechtbank verzorgt dat prima: ze krijgen uitleg en een gesprek erover. Naast de kennis die ze opdoen, zijn ze actief bezig met hun vaktaalontwikkeling. Na mijn eigen rechtenstudie had ik nog nooit een rechtbank van binnen gezien. Er ging een wereld voor me open toe ik alles 'echt' meemaakte. Onderwijs moet leven, vind ik.

 

Zelf beleven is belangrijk

Een andere manier van vaktaalontwikkeling is het koppelen van het recht aan hun eigen leefwereld: ze kunnen op hun eigen niveau heel goed denken en praten over beleid, rechtszaken, bestuursrecht of strafrecht. Ik vraag bijvoorbeeld of ze met een groepje willen nadenken over steunfraude, of ze voorbeelden van kunnen bedenken, wat ze er van vinden en wat het te maken heeft met bestuursrecht.  Dan praten ze aan de hand van hun eigen kennis van de wereld op hun eigen niveau. Dat kunnen ze heel goed en ze zien gelijk het verband met de stof uit het boek. Die vakkennis wordt dan toegankelijker, actueler en reëler. Zelfs de programma's van Peter R. de Vries doen dan goede diensten.

 

Wat vinden de leerlingen ervan?

De leerlingen vinden het heerlijk. Ze kunnen heel goed over ingewikkelde onderwerpen praten als ze maar zien dat het met henzelf en de wereld om hen heen te maken heeft. Ze lezen nu met meer plezier de vaak droge juridische teksten, stellen er vragen bij, zoeken doelgericht naar oorzaken, argumenten en dergelijke, omdat ze antwoorden willen hebben op de vragen die ze zelf stellen.

 

Heb je het idee dat het helpt?

Ik kan dat niet alleen. Gelukkig is taalbeleid op deze afdeling al een paar jaar een hot item. Alle vakken zijn een stuk taalgerichter geworden. De manier waarop leerlingen teksten moeten aanpakken, hangt op posters aan alle muren. Docenten wijzen ze op die posters en werken ook op die manier. Zo wordt een taalaanpak zichtbaar voor iedereen.

Je merkt dat leerlingen de toetsen beter maken. Ze beheersen de taal die ze nodig hebben beter omdat ze erover gedacht, gepraat en gelezen hebben.

Recht ís taal. Een advocaat zei me laatst dat iedereen een taalgerichte aanpak nodig heeft. Dat geldt ook voor de mensen die al in het beroep werken dus.

 

Hebben je meer problemen waar je een oplossing voor zou willen vinden?

Ik vind de uitspraak nog een groot probleem. Volgens mij zou er een logopedist aan het ROC van Amsterdam verbonden moeten zijn die de leerlingen in een paar lessen leert goed te articuleren en duidelijk te praten.