‘Geef leerlingen structuur, feedback en beloning’
Annelies Kappers interviewt Yvonne Stinis en Arie Kuiper, docenten geschiedenis in het VAVO, Vestiging Joke Smit van het ROC Amsterdam op de Reinier Vinkeleskade.

Voor geschiedenis moeten alle HAVO-leerlingen een flink stuk tekst produceren. Dit is een goede voorbereiding op hun verdere studie ……. maar voor veel leerlingen is het onoverkomelijk moeilijk. ‘Dat wordt weer eindeloos achter ze aan lopen en hopen dat ze het op tijd af hebben,’ zucht Yvonne. ‘Ze verzamelen veel te veel informatie, stellen het schrijven uit, zeggen dat ze er thuis, in het weekend, in de vakantie aan gaan werken… En wij maar motiveren,  zeuren, dreigen, woedend worden.’ Arie ziet het ook helemaal voor zich en slaakt een diepe zucht.

 

Herken je dit probleem? Vinden jouw leerlingen het ook zo moeilijk om iets op papier te zetten? Zoek je al jaren naar een manier om ze met plezier en succes een verslag, rapportage of briefje  te laten schrijven? Arie en Yvonne hebben er iets op gevonden. Misschien heb je er wat aan.

 

Tegen welk taalprobleem zijn jullie aangelopen?

De leerlingen moeten in de Tweede Fase een praktische opdracht doen. Ze moeten dan zelfstandig bronnen (authentieke stukken uit de geschiedenis) lezen en kunnen interpreteren en analyseren. Daarna  moeten ze er een stuk over schrijven. Hierbij komen zij en wij veel problemen tegen. Leerlingen stellen het uit, leveren het vaak te laat in. De lessen die we er aan besteden, helpen niet. Er is gewoon té veel weerstand tegen het schrijven. Als ze het inleveren, is het werk vaak rommelig en ongestructureerd. Het is daardoor ook niet goed met elkaar te vergelijken om het niveau te bepalen. Goede leerlingen leveren het vaak op het nippertje in en kunnen nog wel een zeven halen, maar zwakke leerlingen halen altijd diepe onvoldoendes. Een erg onbevredigende situatie.

 

Wat hebben jullie daar toen op bedacht?

We bedachten dat leerlingen, vooral als je ze zelfstandig wilt laten werken, drie dingen erg nodig hebben: structuur, feedback en beloning.

Structuur geeft ze houvast om hun eigen weg te zoeken en niet te verdwalen.

Ze moeten ook kunnen reflecteren en het is belangrijk dat ze ook te weten komen waar ze goed in zijn en waar ze nog aan moeten werken, daarbij hebben ze veel aan goede feedback.

Iedereen is super gemotiveerd om iets te doen als hij of zij er belang bij heeft. Dus zorg voor een beloning.

 

Wat hield de structuur bij jullie in?

We maken bij elke bron vragen die ze moeten beantwoorden. Dat structureert het onderzoek. Om die vragen te kunnen beantwoorden moeten ze zelfstandig onderzoek doen. Ze moeten elke vraag zorgvuldig beantwoorden anders kan de volgende vraag niet gemaakt worden. Hierna kunnen ze zonder veel moeite een goed stuk schrijven.

Arie leest de vragen en de bronnen eerst gezamenlijk door (om te zien of iedereen begrijpt wat er staat) Yvonne gooit ze in het diepe en houdt in de gaten waar ze stranden.

In het kader van zelfstandig leren wordt ook heel duidelijk aangegeven waarop beoordeeld wordt.

Maar het belangrijkste is dat leerlingen er in de klas aan moeten werken. Ze mogen het niet mee naar huis nemen. De mapjes gaan in de kast.

En de leerlingen houden een logboek bij waarin wordt afgetekend wat ze op welke datum gedaan hebben.

 

Hoe zorgen jullie voor de feedback?

Omdat ze er in de klas aan werken kunnen leerlingen gemakkelijker werk laten zien en bespreken als ze er nog mee bezig zijn. Arie loopt rond en gaat bij leerlingen zitten om te zien waar ze vastlopen. Yvonne is wat strenger en laat leerlingen bij haar voor de klas op een speciale stoel zitten om ze te laten vertellen wat het probleem is. Er wordt niet meer lang en moedeloos aangemodderd. Ze ontdekken nu vrij snel wat ze nog niet weten of kunnen en waar ze nog aan moeten werken voor het examen.

Er is nu ook meer gelegenheid om iets over te doen en anders te formuleren of beter te lezen. Hier leer je natuurlijk het meest van.

Ze moeten individueel werken, maar mogen wel uitwisselen en elkaar helpen. Dit kan prima als het tijdens de les gebeurt.

 

En de beloning? Leverde het wat op voor de leerlingen?

Yvonne: We waren eerst natuurlijk wel bang dat we ze niet in de klas zouden kunnen houden, maar daar hebben we iets op gevonden. Ze krijgen punten voor aanwezigheid zodat hun cijfer iets (max. 1 punt) opgehoogd wordt als ze alle lessen in de klas gewerkt hebben. Ze krijgen ook een punt voor het op tijd inleveren. Het resultaat is dat de presentie veel beter is, de cijfers hoger en het werk op tijd ingeleverd.

Arie: Omdat ze het in de klas maken, kunnen ze het niet voor zich uit schuiven en zeggen dat ze het thuis wel zullen doen. Ze weten wat ze moeten doen en waar ze op worden beoordeeld; ze moeten wel beginnen en krijgen het dus ook af. Dat scheelt iedereen een hoop ellende en stress.

Verder is de sfeer in de klas erg goed, een gezellige werksfeer; iedereen raakt erdoor gemotiveerd, ze steken elkaar aan. Ze willen soms haast niet weg uit het lokaal en blijven doorgaan.

 

Yvonne: Het belangrijkste is volgens mij dat ze merken dat ze iets wat ze heel moeilijk vinden toch kunnen. Een eigen interpretatie en analyse goed geformuleerd op papier! Dat stimuleert enorm en geeft zelfvertrouwen. Zwakke leerlingen kunnen alleen al door goed mee te doen een zeven halen!  Vroeger kregen ze door uitstelgedrag en alleen aanmodderen meestal een diepe onvoldoende.

Arie: Ze merken nu ook dat ze het echt voor zichzelf doen en niet voor de docent. Als ze niet meedoen en niet werken, hebben wij er geen last van maar zij wel.

 

Hebben jullie er zelf ook wat aan?

Yvonne: Het begeleiden is vaak niet gemakkelijk: zo'n lesmiddag is veel vermoeiender als je niet zelf de centrale figuur bent. En als docent weet je soms met je houding geen raad als al je leerlingen zitten te werken.  Maar ik heb heel veel geleerd. Ik zie nu waar leerlingen vastlopen, wat de valkuilen zijn en kan daar veel beter op inspelen. Ook taalproblemen komen duidelijker naar voren. We bespreken nu vaak termen en uitdrukkingen waarvan ik vroeger niet wist dat leerlingen die niet kenden.

 

Vinden jullie dat er meer aandacht aan taal besteed moet worden in je vak?

Arie en Yvonne: Jazeker. Ik denk bijvoorbeeld dat we veel beter op taal moeten letten en stukken moeten laten herschrijven. Daar leren leerlingen namelijk heel veel van. Vaak krijgen ze alleen maar een onvoldoende en commentaar in de kantlijn, daar doen ze niks mee en daar leren ze dus ook niks van. Ze moeten de kans krijgen zich te verbeteren.