NASK en taal 1
Twan Brouwers beschrijft waarom aandacht voor taal bij lessen natuur- en scheikunde belangrijk is. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 1-2

TAAL geeft je verstand HANDEN & VOETEN

NASK-docenten moeten TAAL-ontwikkeling niet laten liggen.

In de lessen natuur- en scheikunde leren leerlingen TAAL. De vaktaal krijgt aandacht. We moeten de schooltaal niet vergeten. Soms is ook aandacht vereist voor de ontwikkeling van de thuis-taal en taalhulp is nodig bij het uiten van gevoelens.

Kijk eens naar twee verslagen van leerlingen uit de tweede klas.

Een verslag van een proef

Proef: Het smelten van hypo

-1- Doel van de proef:

Het smelten van hypo

-2- Opstelling:

Zie figuur

-3- Benodigdheden:

Hypo, reageerbuis,

teclubrander en statiefmateriaal.

-4- Hypothese:

Hypo zal smelten

-5- Waarneming:

Hypo smelt

-6- Conclusie:

Hypo is gesmolten

(illustratie van brander met reageerbuis ontbreekt)

Nog een voorbeeld:

Hoe kan dat nou?

Vandaag kregen we enkele kristalletjes in een glazen buisje. We mochten dat voorzichtig verwarmen. Toen zagen we dat de kristalletjes verdwenen. Het was net of er alleen maar water in het buisje zat. Toen ik vroeg of dat nu water was, kreeg ik het antwoord: "nee, dat is de gesmolten hypo". Later bleek dat er toch ook water bij zat. Kristalwater noemen ze dat.

Het mooiste van de proef vond ik het afkoelen. De leraar dacht dat bij 45 graden de kristallen weer zouden ontstaan! Bij ons gebeurde dat pas bij 20 graden. Het buisje was toen al tamelijk koud en we hielden het in onze hand. Plotseling werd het buisje toen heel heet en de kristalletjes begonnen te groeien…

Hoe kan dat nou?

TAALROLLEN

Welke rollen speelt TAAL in de lessen natuur- en scheikunde op het vmbo?

1. Taal staat in dienst van de begripsontwikkeling.

Docenten die luisteren naar hun leerlingen en zoeken naar de preconcepten. Uitdagen tot actief taalgebruik. Voeding geven voor taal. door beelden en het doen en laten doen van proeven. Daarbij luisteren naar de manier waarop de leerlingen over de ervaren fenomenen praten. De docent luistert en staat dus niet als een voetbalverslaggever naast de proef te vertellen wat er gebeurt; ..soms zelfs wat er had moeten gebeuren. Het besef bij de vakdocenten moet groeien, dat natuurwetenschappelijk onderwijs voor een belangrijk deel taalonderwijs is.

2. Taal is een "voertuig" tijdens de les.

Een juiste omgang met taal in de les, bevordert een goed verloop. De docent let op het taalgebruik bij:

-procedurele instructies.

Bijvoorbeeld: "Iedereen luistert. Dit vertel ik maar één keer." (Het is handig om een icoon met een magneet op het bord te kleven) Niet zelden wennen docenten hun leerlingen eraan dat ze niet hoeven te luisteren naar procedurele instructies. Daarna "vliegen de vingers wel omhoog".

-inhoudelijke uitleg.

Hierbij zijn onder meer belangrijk: voorbeelden, beelden, verhalen, metaforen, vragen laten stellen, luisteren naar vragen, antwoorden laten geven, luisteren naar antwoorden, doorspelen van antwoorden etc

-communicatie in de klas

Hierbij is van belang te letten op het spreken en luisteren van de docent &

het spreken en luisteren van de leerling in contact met elkaar en met de docent.

-zelfstandig werken

Bij het zelfstandig leren vindt sturing en terugkoppeling vaak plaats door het lezen of maken van teksten.

-toetsing

Bij toetsing spelen taalaspecten in meervoud. Ze liggen in verschillende lagen over elkaar heen. Soms is het moeilijk het juiste probleem te achterhalen.

  • lezen en interpreteren van toetsopdrachten door de leerling
  • het opschrijven van het antwoord door de leerling
  • lezen en interpreteren van toetsantwoorden door de docent
  • geven van feed back aan leerlingen
  • uitdagen en motiveren

Taal is een belangrijk hulpmiddel bij de motivatie. Het hoeft niet te gaan om grote verhalen. Een enkel goed gekozen (en goed verstaan) woord kan wonderen doen.

CONTEXTEN

Contextrijk onderwijs vergroot het belang van taal. Met taal geeft de docent vaak betekenis aan de vakinhoud. De krant wordt gebruikt, een documentaire op video of dvd. Er worden voorbeelden en toepassingen gegeven enzovoort. Het gaat daarbij steeds om het leren in rollen en in toepassingssituaties die herkenbaar zijn. De gedachte erachter is ook dat als de juiste context in het onderwijsproces wordt gekozen, de verworven inzichten ook weer worden opgeroepen in die situatie. Belangrijke aspecten zijn daarom

  • de zinvolle context
  • de ervaring bij de leerling van zinvolheid
  • begripsontwikkeling en taalontwikkeling gaan hand in hand
  • de samenhang met andere vakken, de vervolgopleiding, het toekomstige beroep (vmbo) of het maatschappelijk functioneren (bavo).

EIGEN BIJDRAGE

Het natuur- en scheikunde-onderwijs kan ook belangrijke eigen bijdragen leveren aan de taal-ontwikkeling. Denk hier bijvoorbeeld aan:

  • het formuleren van wetmatigheden in ingedikte vorm. (Het gedicht van de natuurwetenschappelijke werkelijkheid!)
  • het formuleren van relaties en verbanden, gebruikmakend van grafiekentaal of formuletaal.
  • wiskunde als taal.
  • relatie met beelden, metaforen, schematische voorstellingen.
  • de kwalitatieve, semi-kwantitatieve en de kwantitatieve benadering.
  • de zuivere definiëring van vaktaalbegrippen.
  • van woordformules naar formules.