Context, interactie en taalsteun
Taalgericht vakonderwijs is te omschrijven als contextrijk onderwijs vol interactie en met taalsteun. Context, interactie en taalsteun zijn de drie pijlers van taalgericht vakonderwijs. Deze worden hier toegelicht.

Context

Context is het netwerk van begrippen, situaties, kennis en ervaringen van de leerling, waarin de nieuwe leerstof een plaats moet krijgen. De context geeft de aanknopingspunten om de nieuwe stof te koppelen aan de aanwezige kennis van de wereld. Door context aan te brengen of te activeren, wordt voorkomen dat de lesstof loshangende, schoolse kennis wordt.

Bij context aanbrengen gaat het om het activeren van alledaagse en vakspecifieke voorkennis. In de lesfabriek zitten daarom opdrachten om die voorkennis van leerlingen boven water te krijgen.

Daarnaast gaat het om de maatschappelijke context van de nieuwe leerstof: hoe komen leerlingen de leerstof tegen buiten school? Door bijvoorbeeld gebruik te maken van media (video- en audiofragmenten) en een grote variatie aan tekstsoorten, kan de wereld de klas in komen.

De Lesfabriek biedt de mogelijkheid om mediafragmenten en teksten in de opdrachten op te nemen.

Interactie

Leren doe je over het algemeen samen. Je kunt natuurlijk ook veel in je eentje leren, bijvoorbeeld door een boek te lezen of woordjes uit je hoofd te leren. Maar het meeste leren komt tot stand door over een onderwerp van gedachten te wisselen, elkaar te bevragen en elkaar informatie te geven. Kennis is geen vaststaand gegeven; mensen bouwen in contact met elkaar kennis op. Het onderwijs is een krachtige omgeving om samen kennis op te bouwen, waarbij de docent een belangrijke informatiebron en hulp voor de leerlingen kan zijn.

Taal leren doe je door een taal veel te gebruiken. Dit geldt ook voor vaktaal. Daarom is het belangrijk leerlingen veel te laten spreken en schrijven. Door leerlingen gestructureerd te laten spreken en schrijven, leren ze hun kennis te verwoorden en te delen met anderen. Daarom is het van belang in het onderwijs gevarieerde mogelijkheden tot interactie te creëren. Door leerlingen meer aan het woord te laten, krijgt de docent zicht op wát de leerling weet over de lesstof en hóe hij die kennis verwoordt.

De Lesfabriek bevat daarom opdrachten om leerlingen te laten samenwerken én om leerlingen taal te laten produceren.

Taalsteun

Taalsteun is alle steun die leerlingen krijgen om de (vak)taal juist te gebruiken. Taalsteun is bedoeld voor leerlingen die moeite hebben met het begrijpen en verwoorden van de leerstof. Je kunt het zien als een steiger. Leerlingen krijgen steun bij opdrachten waarbij ze moeten lezen, luisteren, spreken of schrijven, zolang ze dat nodig hebben.

Taalsteun geeft leerlingen de mogelijkheid om te leren hoe ze iets moeten opschrijven of vertellen, hoe ze een tekst kunnen lezen, hoe ze aantekeningen kunnen maken, enzovoort. Taalsteun bij het lezen van een tekst kan bijvoorbeeld bestaan uit een woordenlijstje, een deels ingevuld schema dat de leerlingen in tweetallen al lezend moeten aanvullen of een stappenplan lezen.

Veel opdrachten in de Lesfabriek geven leerlingen steun bij het uitvoeren van opdrachten die een beroep doen op taalvaardigheden.

Zie voor meer informatie en voorbeelden ook: M. Hajer & T. Meestringa, Handboek Taalgericht Vakonderwijs. Coutinho, Bussum 2004.